Spelregels

We spelen zaalvoetbal volgens de “Spelregels district zaalvoetbal”, gebaseerd op de regels opgesteld door de FIFA. We merken dat er soms nog steeds onduidelijkheid heerst over deze regels, daarom proberen we hieronder kort de belangrijkste dingen eruit te halen. Deze 17 regels zijn samengevat:

1. Het speelveld: In tegenstelling tot veldvoetbal wordt zaalvoetbal altijd op een kunstmatige ondergrond gespeeld. De lengte van het veld moet minimaal 38 en maximaal 42 meter zijn. Voor de breedte geldt een minimum van 20 en een maximum van 25 meter. Het doel – dat vaak kenmerkend voor het zaalvoetbal rood/wit gestreept is – moet in kleur afwijken van de kleur van de vloer.

2. De bal: De bal moet een omtrek hebben van tussen de 62 en 64 cm. (Ook wel ‘bal nummer 4’ genoemd). Bij zaalvoetbal wordt gespeeld met een plofbal; een bal die minder stuitert dan een normale voetbal.

3. Het aantal spelers: Een zaalvoetbalwedstrijd speelt men met twee teams van ieder vijf spelers. Het is toegestaan op ieder moment van de wedstrijd de doelverdediger te wisselen met een veldspeler, zelfs als de bal nog in het spel is.

4. De uitrusting van de spelers: De uitrusting van een zaalvoetbalspeler is nagenoeg gelijk aan die van een veldvoetballer, met het wezenlijke verschil dat zaalvoetballers schoenen dragen zonder noppen.

5. De scheidsrechters: Bij het zaalvoetbal staat de wedstrijd onder leiding van een scheidsrechter die de spelregels moet toepassen.

6. De secretaris: De belangrijkste rol van de secretaris is het handhaven van de speeltijd met behulp van een tijdklok of stopwatch, het bijhouden van de straftijd en het aantal gescoorde doelpunten.

7. De duur van de wedstrijd: Een zaalvoetbalwedstrijd bestaat uit twee gelijke helften van 25 minuten. Als hier van afgeweken wordt, moet dit voor aanvang van de wedstrijd besproken zijn.

8. Het begin en de hervatting van het spel: Uit een aftrap kan NIET rechtstreeks worden gescoord; er moet dus overgespeeld zijn.

9. De bal in en uit het spel: Omdat zaalvoetbal vaak gespeeld wordt onder een dak (dit hoeft overigens niet!), zijn er ook regels voor de minimumafstand tot het plafond. Deze afstand is vastgesteld op 4 meter. Als de bal het plafond raakt terwijl deze in het spel was, moet het spel worden hervat met een intrap voor de tegenpartij.

10. Hoe gescoord wordt: Een van de makkelijkste regels in het voetbal, of dat nou op het veld of in zaal wordt gespeeld, is de puntentelling. Als de bal reglementair de lijn passeert, is dat een doelpunt.

11. Buitenspel: Zaalvoetbal kent geen buitenspel.

12. Overtreding en onbehoorlijk gedrag: Een belangrijk verschil met veldvoetbal is de terugspeelbalregel naar de doelverdediger.*

13. Vrije schoppen: Bij zaalvoetbal dient een afstand van 5 meter gehouden te worden bij vrije schoppen.

14. De strafschop: De strafschopstip ligt 6 meter van de doellijn.

15. De intrap: Als de bal buiten de lijnen is, hervat men het spel met een intrap.

16. De doelworp: De doelworp moet geworpen worden buiten het strafschopgebied.

17. De hoekschop: Als de hoekschop niet binnen 4 seconden is genomen, wordt een doelworp toegekend aan het andere team.

* Een doelverdediger mag de bal niet meer raken op de eigen speelhelft in de volgende omstandigheden:

• Indien hij nadat hij de bal heeft weggespeeld, opnieuw de bal raakt nadat de bal met opzet door een medespeler naar hem toe wordt getrapt, terwijl de bal nog niet is gespeeld, of aangeraakt door een tegenstander;

o Onder weggespeeld wordt verstaan het gecontroleerd wegspelen van de bal naar een medespeler, dus niet als de bal per ongeluk wegstuit naar een medespeler bij bijvoorbeeld een redding;

o Daarnaast mag de doelverdediger de bal nier langer dan 4 seconden in zijn bezit (met zijn handen en/of voeten) hebben op de eigen speelhelft. De teams uitkomend in de eredivisie mannen, eerste divisie mannen en eredivisie vrouwen spelen volgens de “Spelregels landelijk Ere- en Eerste divisie zaalvoetbal”.

De belangrijkste verschillen:

• Volgens de Spelregels landelijk spelen de teams volgens een zuivere speeltijd van 2 x 20 minuten.

• Er wordt niet gewerkt met tijdstraffen. De gele kaarten worden geregistreerd en spelers worden op basis van een aantal gele kaarten uitgesloten voor een wedstrijd.

• Vanaf de zesde directe vrije schop in één helft krijgt het team een 10-meter-trap, wat een soort strafschop is.

• De wedstrijden worden geleid door twee scheidsrechters.

 

De volledige spelregels zijn hieronder te vinden:

 

Spelregels district zaalvoetbal

Spelregels Ere- en eerste divisie zaalvoetbal